**1..** Het is de houder van een openbare inrichting, als bedoeld in
artikel 2:27, onder a, verboden in die inrichting toe te laten
of te laten verblijven niet tot zijn gezin behorende personen,
die naar het oordeel van de burgemeester misbruik van
alcoholhoudende drank plegen te maken en wier namen als zodanig
schriftelijk door de burgemeester aan die houder zijn
opgegeven.
**2..** Het is aan een persoon wiens naam ingevolge het bepaalde in het
eerste lid door de burgemeester aan de houders van openbare
inrichtingen, als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, is
opgegeven, verboden zich in een dergelijke inrichting te
bevinden nadat hij schriftelijk door de burgemeester van dit
verbod in kennis is gesteld.
**3..** Het verbod in het tweede lid geldt voor een bepaalde periode,
die niet langer is dan een jaar.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.
Artikel 2:33
Ordeverstoring
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Utrechtse Heuvelrug 2013 geconsolideerd