Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 15.

Artikel 2:78

Gebiedsontzegging

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Utrechtse Heuvelrug 2013 geconsolideerd

1.. De burgemeester kan aan een persoon die een of meerdere van de hierna genoemde artikelen overtreedt, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden: -. artikel 2:1A, 2:1B, 2:47, 2:48, 2:48A, 2:49, 2:74 en 4:8 van deze verordening, -. artikel 141, 285, 300, 310, 350, 416, 424, 426, 453 van het Wetboek van Strafrecht, -. artikel 2 en 3 van de Opiumwet, -. artikel 13, 26 en 27 van de Wet Wapens en munitie. 2.. In het geval van overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3.. Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven als de overtreding binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4.. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel