1.Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op
vaste jaarplaatsen, vaste seizoenplaatsen of seizoenplaatsen op
2,35;
mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen bepaald op:
1o 2,4, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
2o 2,4, indien sprake is van een verlengd
voorseizoenarrangement;
3o 2,2, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
4o 2,1, indien sprake is van een maandarrangement;
5o 2,1, indien sprake is van een winterarrangement.
2.Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
overnacht, wordt:
in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 52;
in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op:
1o 29, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
2o 39, indien sprake is van een verlengd
voorseizoenarrangement;
3o 14, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
4o 12, indien sprake is van een maandarrangement;
4o 16, indien sprake is van een winterarrangement.
3.In afwijking van de eerste twee leden wordt het forfait niet toegepast op
verblijf in verhuureenheden, vakantie onderkomens en mobiele
kampeeronderkomens, die niet door dezelfde persoon of personen worden
gehuurd voor de gehele jaar-, seizoens- of arrangementenperiode, doch steeds
worden gehuurd door wisselende verblijfhoudenden voor een korte
periode.
Artikel 6.
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening toeristenbelasting 2016