1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Indien het aantal personen dat gebruik maakt van een perceel in de loop
van het jaar wijziging ondergaat, bestaat aanspraak op ontheffing voor
zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
als er in dat jaar na de wijziging nog volle kalendermaanden
overblijven. Deze ontheffing bestaat uit het verschil in tarief over die
periode, tussen de eerder vastgestelde belastingschuld en de
belastingschuld na wijziging.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een
ander perceel gebruik maakt.
Aanslagen van € 10,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de
toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal van op één
aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één
aanslag.
Teruggaven in verband met ontheffingen van € 10,00 of minder,
worden niet verleend. Voor de toepassing van de vorige volzin,
wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
aangemerkt als één aanslag.
Hoofdstuk II
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015