De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen
waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend
op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
vermeld en de tweede één maand later.
In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval de verschuldigde
bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de
betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht
gelijke termijnen. De eerste vervalt op de laatste dag van de
maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
telkens een maand later.
Indien tot tweemaal toe geen toereikend saldo beschikbaar is op
de betaalrekening van de belastingschuldige waarvan door middel
van automatische betalingsincasso geld wordt afgeschreven, wordt
er een nieuwe termijn vastgesteld en komt de afgegeven
machtiging tot automatische incasso te vervallen.
In afwijking van lid 2 geldt ingeval het totaalbedrag van de op
één aanslagbiljet verenigde aanslagen als bedoeld in artikel 1
of meerdere andere heffingen meer is dan € 2.500,00 dat de
aanslagen wordt geïncasseerd in twee termijnen, waarvan de
eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
de tweede één maand later.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing van forensenbelasting 2015