Naar hoofdinhoud
1.. De zittingsduur van de leden, genoemd in artikel 3, eerste lid is, behoudens tussentijds aftreden, gelijk aan de zittingsperiode van de gemeenteraad. 2.. De leden treden gelijktijdig af, doch zijn terstond herbenoembaar. Zij blijven hun functie waarnemen totdat een nieuwe benoeming heeft plaatsgevonden. 3.. Indien de hoedanigheid waaraan een lid zijn benoeming ontleent ophoudt te bestaan, dan houdt hij binnen twee maanden op lid van de commissie te zijn. 4.. De benoeming, ter voorziening in tussentijds opengevallen vacatures, geschiedt bij voorkeur binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel