Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 7

- Intrekking oude verordening, inwerkingtreding en citeertitel

Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet 2015

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015, tenzij over onderdelen ervan, binnen twee weken na de bekendmaking daarvan, een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan. De Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening in werking treedt; Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet 2015. Aldus vastgesteld in de openbare raad op 1 december 2014 Algemene toelichting Op 1 januari 2013 is de “Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZWwetgeving” in werking getreden. Het college van burgemeester en wethouders (verder college) is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden. Is echter sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college besluiten gedurende maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te verrekenen. De Participatiewet verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een afweging te maken van situaties of omstandigheden waarin het buiten werking stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. De nieuwe bevoegdheid kan op veel verschillende manieren worden ingevuld. Om gemeenten enige aanknopingspunten te bieden, hebben het RCF Kenniscentrum Handhaving - Landelijk Kenniscentrum Handhaving, Divosa, de VNG en Schulinck gezamenlijk deze modelverordening ontwikkeld. Uiteindelijk is het natuurlijk aan gemeenten zelf naar eigen inzicht keuzen te maken. De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet in achtnemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Daar waarterugvordering en invordering niet door de wetgever is verplicht, blijft sprake van eenbevoegdheid van het college. Het is derhalve aan het college op deze onderdelen nadere(beleids)regels vast te stellen. In het kader van pseudoverrekening kunnen gemeenten te maken krijgen met verzoeken vanandere gemeenten om een door hen opgelegde recidiveboete te verrekenen. Het college datde boete heeft opgelegd zal in dat geval aangeven in hoeverre het de beslagvrije voet in acht wil nemen (volgens de regels van zijn gemeentelijke verordening). De gemeente die deuitkering verstrekt, moet in beginsel gehoor geven aan dit verzoek. Mocht de beslagvrije voetniet gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende het college waarvan hij uitkeringontvangt, verzoeken de beslagvrije voet toch in acht te nemen. In artikel 60b, tweede lid, van de Participatiewet is geregeld dat het college die de uitkering verstrekt, de bevoegdheid heeft aan dit verzoek van belanghebbende tegemoet te komen. Het ligt voor de hand dat het college bij de beslissing op dat verzoek handelt analoog aan de regels die in de eigen gemeentelijke verordening zijn vastgelegd. Artikelsgewijze toelichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel