**1..** De belasting ter zake van het verblijf in een mobiel kampeeronderkomen op niet vaste standplaats of stacaravan op een vaste standplaats dan wel in een vakantieonderkomen bedraagt in afwijking van artikel 5 per kampeeronderkomen dan wel vakantieonderkomen dat geschikt is voor gebruik en slechts gebruikt mag worden gedurende:
de periode 1 maart tot en met 31 oktober:
3,2 x 55 x het in artikel 8 genoemde tarief € 202,40
de periode 1 maart tot en met 31 december:
3,2 x 60 x het in artikel 8 genoemde tarief € 220,80
**2..** In het eerste lid van de berekeningen betekent:
in de eerste factor : het aantal personen dat heeft overnacht;
in de tweede factor: het aantal malen dat door die personen is overna.
**3..** Voor de toepassing van het eerste en tweede lid worden niet als afzonderlijk onderkomen aangemerkt slaaptentjes van kinderen, welke tentjes behoren tot onderkomens, waarin gelijktijdig ouders of verzorgers van die kinderen overnachten.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2015