Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2015

De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: die door een erkend instituut zijn opgeleid tot en/of daadwerkelijk dienen als hulphond en in hoofdzaak als zodanig door een persoon met een functiebeperking worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die uitsluitend ten verkoop of aflevering worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; waarvan de houder in het bezit is van een geldig diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met een geleider, aan wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen; waarvan de houder is aangesloten bij de Stichting Internationale Reddingshonden Groep en de Stichting Inzet Honden Nederland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel