Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 8:

Indeling in categorieën

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2015

In deze bepaling is geen gedraging opgenomen in de vorm van het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid. Dit houdt verband met het feit dat juist bij deze gedraging de IOAW en IOAZ de mogelijkheid bieden tot tijdelijke of blijvende (gedeeltelijke) weigering van de uitkering. Dit is dan ook apart geregeld in artikel 11. Het tijdelijk of blijvend (gedeeltelijk) weigeren van de uitkering kan overigens ook nog in een tweetal andere situaties. Die zijn omschreven in artikel 10 en 12. Eerste categorie De eerste categorie betreft de formele verplichting om zich als werkzoekende (tijdig) te laten registreren bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of die registratie (tijdig) te laten verlengen. De gemeente hecht een groot belang aan de plicht tot arbeidsinschakeling. De inschrijving bij het UWV is een eerste, relatief eenvoudige stap op weg naar re-integratie in het arbeidsproces. Het niet dan wel niet tijdig ingeschreven staan bij het UWV betekent onvermijdelijk een vertraging van de re-integratie. Tweede categorie Bij toekenning van de uitkering of in een later stadium kan aan de belanghebbende, die niet in staat is om op eigen kracht weer in zijn levensonderhoud te voorzien, de verplichting worden opgelegd om mee te werken aan een (diagnostisch) onderzoek naar zijn mogelijkheden en naar de inzet van re-integratie-instrumenten waaronder deelname aan een concreet re-integratietraject dat uiteindelijk moet leiden tot uitstroom of zelfstandige maatschappelijke participatie. De arbeidsinschakeling wordt direct geschaad, wanneer de belanghebbende deze verplichting niet of onvoldoende nakomt, hetgeen gevolgen kan hebben voor de duur van de aanspraak op een uitkering. Wordt een re-integratievoorziening aangeboden dan rust op belanghebbende de verplichting zich hier volledig voor in te zetten. Gebeurt dit onvoldoende dan zal dit leiden tot vertraging van het traject. De gedragingen in deze categorie hebben echter niet tot gevolg dat het traject (definitief) geen doorgang vindt of moet worden beëindigd. Van onvoldoende medewerking is in ieder geval sprake als de belanghebbende niet op afspraken bij het re-integratiebedrijf verschijnt of opdrachten in het kader van scholing niet naar behoren uitvoert. Het Transferium Werk en Bijstand vormt binnen het onderzoeks- en re-integratiegebeuren een bijzondere plek. Binnen deze setting gelden bepaalde huisregels die ertoe moeten bijdragen dat het diagnostisch onderzoek zo goed mogelijk kan verlopen. Overtreding van die regels -bijvoorbeeld een herhaalde weigering een hoofdtelefoon af te zetten- zou kunnen worden opgevat als een gedraging van de tweede categorie. Het zonder meer toepassen van de daarbij behorende maatregel van één maand 50% wordt echter als een te zware sanctie ervaren. Het is dan toch mogelijk om een maatregel te baseren op artikel 8, tweede lid, maar vervolgens de hoogte te matigen met toepassing van artikel 4, eerste lid van de verordening. Natuurlijk dient helder te zijn dat belanghebbende, voorafgaand aan het opleggen van een maatregel eerst een duidelijke schriftelijke waarschuwing heeft gehad (overigens niet te verwarren met de waarschuwing bedoeld in artikel 13). In deze tweede categorie is ook de verplichte tegenprestatie opgenomen, d.w.z. de door burgemeester en wethouders opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als bedoeld artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW of van de IOAZ. Derde Categorie In de derde categorie gaat het om gedragingen die direct een aanleiding vormen tot een beroep op uitkering of het zonder noodzaak langer voortduren daarvan. Het gaat hier om het stellen van niet verantwoorde beperkingen ten aanzien van de aanvaardbare arbeid en om gedragingen die de kansen op arbeidsinschakeling verminderen. Bij onderdeel a gaat het om de actieve sollicitatieplicht. De belanghebbende is verplicht een minimaal aantal sollicitaties te verrichten en hiervan op verzoek de bewijsstukken te tonen. Het exacte minimum aantal verplichte sollicitaties zal onder andere afhangen van het aanbod van algemeen geaccepteerde arbeid. Met de enkele mededeling van mondelinge sollicitaties wordt in beginsel geen genoegen genomen, tenzij kan worden geverifieerd dat deze ook daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Bij onderdeel b wordt geduid op negatieve gedragingen bij sollicitaties. Bij onderdeel c gaat het om dezelfde soort gedragingen als bedoeld in de tweede categorie onder b, echter met dit belangrijke verschil dat de gedraging heeft geleid tot het (definitief) geen doorgang vinden of afbreken van een reïntegtratie-traject. In de praktijk zal beëindiging van zo’n traject veelal pas plaatsvinden nadat de belanghebbende door zijn gedrag herhaaldelijk heeft laten blijken niet mee te willen meewerken aan instrumenten gericht op een zo spoedig mogelijke inschakeling in het arbeidsproces. Ook kan een zeer ernstige gedraging, bijvoorbeeld diefstal tijdens een proefplaatsing, tot beëindiging van het traject leiden. In alle gevallen betreft het gedragingen die de kans op uitstroom voor langere tijd vrijwel onmogelijk maken. Zonder traject is inschakeling in arbeid voor de desbetreffende belanghebbende immers niet mogelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel