De individuele studietoeslag bedraagt afhankelijk van de leeftijdscatergorie, een percentage van de bijstandsnorm voor gehuwden conform artikel 21 onderdeel b van de Participatiewet. Daarmee is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de systematiek die door het UWV wordt toegepast bij toekenning van een vergelijkbare studietoeslag. De percentages voor onder de 23 zijn als volgt berekend: [wettelijk minimumjeugdloon] / [wettelijk minimumloon vanaf 23] * 25%. Er is niet gekozen voor een percentage van het bruto wettelijk minimumloon omdat het werken met netto-bedragen meer past bij de werkwijze rondom de netto bijstand.
Artikel 3.
Hoogte individuele studietoeslag
Onderdeel van Verordening individuele studietoeslag Participatiewet 2015