Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
werkzaamheden:
a) naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;
b) niet zijn bedoeld als re-integratie instrument;
c) worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie
waarin ze worden verricht; en
d) niet leiden tot verdringing.
Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vast
waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het college in ieder geval
kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze
verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.
Inhoud van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet Olst-Wijhe