Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 7

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2015

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; overige vrijstellingen: voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; het hebben van wegwijzers en verkeersaanduidingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen; het hebben van voorwerpen of werken, welke noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, door het rijk, de provincies, de gemeente of door waterschappen, veenschappen en veenpolders zijn aangebracht of geplaatst; het hebben van borden, masten, palen en dergelijk die in verband met verkiezingen van publieksrechtelijke lichamen zijn aangebracht; het hebben van voorwerpen uitsluitend gebezigd voor een liefdadig doel; het gebruik maken van de gemeentegrond tot 1 meter vanuit de voorgevel van de opstal gemeten; buizen in de grond tot lozing van fecaliën van huishoud- of van hemelwater.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel