Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2015

1.. Onder de naam "rioolheffing" worden geheven: een heffing van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering; een heffing van de gebruiker van een eigendom, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering; een heffing van de gebruiker van een eigendom van waaruit meer dan 1000 m3 afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2.. Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt heffing is. 3.. Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een eigendom niet een gedeelte als bedoeld in artikel 3 ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan. het ter beschikking stellen van een eigendom voor volgtijdig gebruik wordt aangemerkt als gebruik door degene die het eigendom ter beschikking heeft gesteld; degene die het eigendom ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel