**1..** Jeugdigen en ouders met een hulpvraag kunnen het college verzoeken om
toeleiding naar een overige voorziening of toekenning van een door het
college bij besluit te verlenen individuele voorziening.
**2..** Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na verwijzing door de
behandelend huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, indien en
voor zover genoemde jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van
jeugdhulp nodig is. Tijdens de gespreksprocedure worden de jeugdige of zijn ouders uitdrukkelijk door
de hulpaanbieder gewezen op de mogelijkheid van en de implicaties van
het verkrijgen van een beschikking.
In het geval dat de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken, legt het
college de beslissing omtrent de inzet vast in een beschikking als
bedoeld in artikel 9.
**3..** Het college zorgt voor inzet van de jeugdhulp die de rechter of de
gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een
kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de
selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de
justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een
strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerd instelling nodig
acht bij de uitvoering van jeugdreclassering. Hiervoor verstrekt het
college geen beschikking als bedoeld in artikel 9.
**4..** In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een
passende tijdelijke voorziening of vraagt het college een
spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in artikel 6.1.3 juncto
artikel 6.1.8 van de wet. In het geval dat de jeugdige of zijn ouders
hierom verzoeken, legt het college de beslissing omtrent de inzet vast
in een beschikking als bedoeld in artikel 9.
**5..** Jeugdigen en ouders die menen een beroep te kunnen doen op een
overige voorziening, niet zijnde basishulp, kunnen zich rechtstreeks
hiertoe wenden. Ook de huisarts, medisch specialist, jeugdarts of andere
betrokken instanties kunnen hen rechtstreeks verwijzen naar een overige
voorziening.