Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond
als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet, wordt de
uitkering verlaagd:
a. met 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand, indien
belanghebbende verwijtbaar
geen of geen volledig recht heeft op een uitkering krachtens een
sociale verzekering of daarmee
naar aard en doel overeenkomende buitenlandse regeling of private
verzekering of andere voorliggende
voorziening, dan wel het verwijtbaar verliezen van een zodanig
recht;
b met 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand, indien
belanghebbende verwijtbaar werkloos is en
onvoldoende rechten heeft opgebouwd om in aanmerking te komen voor een
voorliggende voorziening.
c. met 10% van de uitkeringsnorm per maand gedurende de periode waarop
belanghebbende niet
op uitkering zou zijn aangewezen indien hij op verantwoorde wijze de
middelen waarover hij
beschikte of redelijkerwijze kon beschikken zou hebben aangewend;
d. met 50% van de uitkeringsnorm gedurende twee maanden, indien een
voorliggende voorziening
in verband met verrekening van de recidiveboete niet tot uitbetaling
komt.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ