1.Voordat een verlaging wordt toegepast wordt een belanghebbende in de
gelegenheid gesteld zijn
zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven
als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld
zijn zienswijze naar voren te brengen en zich
sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben
voorgedaan;
het college het horen niet nodig acht voor het
vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate
van
verwijtbaarheid, of
belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen
maken.
Hoofdstuk 1
Artikel 3.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ