**1..** Als een belanghebbende naar het oordeel van het college
tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening
in het bestaan betoont, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet kan een maatregel worden
opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
een benadelingsbedrag tot
€ 1.000,00;
dertig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
een benadelingsbedrag van
€ 1.000,00 tot € 2.000,00;
vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
een benadelingsbedrag van
€ 2.000,00 tot € 4.000,00;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
een benadelingsbedrag
hoger of gelijk aan € 4.000,00.
**3..** De duur van de verlaging kan, onverminderd het bepaalde in artikel
11 van deze verordening, worden afgestemd op de periode dat aan de belanghebbende als gevolg
van zijn gedraging eerder of langer een uitkering verstrekt moet worden.
HOOFDSTUK 4
Artikel 12
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Stichtse Vecht 2015