**1..** Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie.
**2..** Het college stelt, nadat de raad hierover is gehoord, bij nadere regeling vast:
onder welke omstandigheden een tegenprestatie wordt opgelegd en de voorwaarden die daarbij gelden;
de duur en de omvang van de tegenprestatie.
**3..** Bij het bepalen van de aard, de duur en de omvang van de tegenprestatie houdt het college rekening met de individuele omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde.
**4..** Het college draagt geen tegenprestatie op indien de uitkeringsgerechtigde mantelzorg verricht, voor zover het verrichten van mantelzorg redelijkerwijs noodzakelijk is.
Paragraaf 3.4 Handhaving