Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan de aanvraag om bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35 van de Pw afwijzen indien belanghebbende binnen twaalf maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag: verwijtbaar gedrag heeft betoond als bedoeld in artikel 18 lid 4 onder a van de Pw, of; een verzoek indient als gevolg van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan: door een onverantwoorde besteding van middelen of; indien sprake is van het bewust lopen van risico’s. 2.. Het bepaalde in het eerste lid is slechts van toepassing indien belanghebbende een aanvraag bijzondere bijstand voor verhuis- en/of inrichtingskosten of maatschappelijke participatie indient. 3.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het college in bijzondere individuele omstandigheden besluiten om bijzondere bijstand in de vorm van leenbijstand toe te kennen voor de hoogst noodzakelijke kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel