32.1 Bestemmingsomschrijving
32.1.1 Algemeen
De voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
wonen in een woning;
met daaraan ondergeschikt:
een hondenpension, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - hondenpension';
detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel';
kleinschalige bedrijvigheid, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kleinschalige bedrijvigheid';
een bed and breakfast, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bed and breakfast';
een vervenershuisje, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - vervenershuisje';
tuinen, erven en groenvoorzieningen;
ontsluitings- en parkeervoorzieningen;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
32.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen
Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 46.1.
32.2 Bouwregels
32.2.1 Algemeen
Op de voor 'Wonen - Buitengebied' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
woningen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak';
de daarbij behorende bijgebouwen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen';
bijgebouwen ten behoeve van kleinschalige bedrijvigheid, uitsluitend binnen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kleinschalige bedrijvigheid';
een botenhuis, uitsluitend gelegen aan bevaarbaar water;
een vervenershuisje, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - vervenershuisje', met een goothoogte van maximaal 2,00 meter en een bouwhoogte van maximaal 4,00 meter;
bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de in artikel 32.1 genoemde bestemming, zowel binnen als buiten de aanduidingen 'bouwvlak' en 'bijgebouwen';
met inachtneming van het bepaalde in artikel 32.2.2 tot en met 32.2.6.
32.2.2 Woningen
Voor het bouwen van de woningen gelden de volgende regels:
per bouwvlak is maximaal 1 woning toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' maximaal het aangeduide aantal woningen is toegestaan;
de voorgevels van de woning worden geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens of evenwijdig aan de voorgevelrooilijn van de bestaande bebouwing;
de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits:
de diepte gemeten vanaf de bouwvlakgrens niet meer dan 1,00 meter bedraagt;
de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de woning;
de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter;
de goothoogte bedraagt maximaal 3,50 meter, met dien verstande dat:
ter plaatse van de aanduiding 'minimale-maximale goothoogte' minimaal respectievelijk maximaal de aangeduide goothoogte is toegestaan;
indien de goothoogte van een bestaande, legaal gebouwde woning hoger is dan de hiervoor bedoelde maximale goothoogte geldt die hoogte als maximum;
de bouwhoogte bedraagt maximaal 7,50 meter, met dien verstande dat:
ter plaatse van de aanduiding 'minimale-maximale bouwhoogte' minimaal respectievelijk maximaal de aangeduide bouwhoogte is toegestaan;
indien de bouwhoogte van een bestaande, legaal gebouwde woning hoger is dan de hiervoor bedoelde maximale bouwhoogte geldt die hoogte als maximum;
gebouwen zullen met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° worden afgedekt;
de inhoud van een woning bedraagt maximaal 600 m³, dan wel maximaal de bestaande inhoud indien deze groter is;
ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan.
32.2.3 Bijgebouwen behorende bij de woning
Voor het bouwen van bijgebouwen behorende bij de woning gelden de volgende regels:
de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen, met uitzondering van botenhuizen en carports, mag maximaal bedragen:
Oppervlakte bestaand bouwperceel
Toegestane oppervlakte bijgebouwen
Bouwperceel tot 500 m²
50 m² dan wel maximaal de bestaande oppervlakte
Bouwperceel van 500 m² tot 1.000 m²
70 m² dan wel maximaal de bestaande oppervlakte
Bouwperceel van 1.000 m² tot 2.500 m²
80 m² dan wel maximaal de bestaande oppervlakte
Bouwperceel vanaf 2.500 m²
100 m² dan wel maximaal de bestaande oppervlakte
de grond ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' wordt voor maximaal 60% bebouwd;
bijgebouwen worden met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt;
de goothoogte bedraagt maximaal 3,50 meter;
de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw.
32.2.4 Bijgebouwen ten behoeve van kleinschalige bedrijvigheid
Voor het bouwen van bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kleinschalige bedrijvigheid', ten behoeve van kleinschalige bedrijvigheid, gelden de volgende regels:
de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte' aangegeven oppervlakte;
bijgebouwen worden met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt;
de goothoogte bedraagt maximaal 3,50 meter;
de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 80% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw.
32.2.5 Botenhuizen
Voor het bouwen van botenhuizen gelden de volgende regels:
de goothoogte van een botenhuis bedraagt maximaal 3,50 meter;
de bouwhoogte van een botenhuis bedraagt maximaal 4,00 meter;
een botenhuis wordt met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt;
de oppervlakte van een botenhuis bedraagt maximaal 25 m²;
er mag maximaal één botenhuis per bouwperceel worden opgericht.
32.2.6 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
een carport wordt op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van carports maximaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van carports maximaal 20 m² bedraagt;
bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen en vlaggenmasten;
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 6,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag bedragen.
32.3 Afwijken van de bouwregels
32.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning en het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 32.2.1.a ten behoeve van het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak en/of artikel 32.2.2.g ten behoeve van het vergroten van de inhoud van de woning, met dien verstande dat:
ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' de karakteristieke hoofdvorm van de oorspronkelijke bedrijfswoning behouden dient te blijven;
een goede stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd
het gedeeltelijk bouwen buiten het bouwvlak alleen betrekking heeft op de uitbreiding van een woning binnen het bouwvlak;
de inhoud van de woning maximaal 750 m³ mag bedragen;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
het woon- en leefklimaat;
de verkeersveiligheid;
de landschappelijke en/of archeologische waarden van de gronden;
de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden.
32.3.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van grotere oppervlakte na sanering bijgebouwen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 32.2.3 en 32.2.4 ten behoeve van een grotere bebouwde oppervlakte van bijgebouwen behorende bij een woning, met dien verstande dat:
er sprake dient te zijn van sloop van bijgebouwen, waarbij geldt dat maximaal 100% van de gesloopte oppervlakte aan bijgebouwen mag worden teruggebouwd;
na sanering het perceel voor niet meer dan 60% is bebouwd;
de grotere oppervlakte aan bijgebouwen bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
de verkeersveiligheid;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de landschappelijke e en/of archeologische waarden van de gronden;
de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden.
32.3.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van een grotere oppervlakte bijgebouwen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 32.2.3 en 32.2.4 ten behoeve van een grotere bebouwde oppervlakte van bijgebouwen behorende bij een woning, tot een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m2 per bouwperceel, met dien verstande dat:
het bouwperceel voor maximaal 50% wordt bebouwd;
de bijgebouwen vrijstaand worden uitgevoerd;
de goothoogte van de bijgebouwen maximaal 3,50 meter bedraagt en de bouwhoogte maximaal 80% van de bouwhoogte van de woning;
de bijgebouwen passen in het stedenbouwkundige beeld waarbij geldt dat clustering en concentratie van de bijgebouwen op het bouwperceel de voorkeur heeft;
landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden worden niet onevenredig aangetast.
32.3.4 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van vergroten van de goothoogte van de woning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 32.2.3 ten behoeve van het vergroten van de goothoogte van de woning, met dien verstande dat:
een goede stedenbouwkundige inpassing dient te zijn gewaarborgd;
de goothoogte van de woning maximaal 5,50 meter bedraagt;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
het woon- en leefklimaat;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de landschappelijke waarden van de gronden;
de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden.
32.3.5 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het verlagen van de dakhelling
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 32.2.2, 32.2.3 en 32.2.4 ten behoeve van het verlagen van de dakhelling van een gebouw tot 0°, met dien verstande dat:
een goede stedenbouwkundige inpassing dient te zijn gewaarborgd;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de landschappelijke waarden van de gronden.
32.4 Specifieke gebruiksregels
32.4.1 Strijdig gebruik
Onder gebruiken of laten gebruiken in strijd met de beheersverordening wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, met uitzondering van bestaande mini-campings, van al dan niet afgedankte wagens en/of voer- en vaartuigen van derden, een en ander met uitzondering van parkeren ten behoeve van het op de bestemming gerichte gebruik;
buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor op de bestemming gericht tijdelijk gebruik en anders dan bedoeld in artikel 32.1.1;
een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de bijgebouwen, anders dan bedoeld in artikel 32.4.2 en 32.5.1;
woningsplitsing;
mantelzorg in de woning en/of in de bijgebouwen;
vrijstaande bijgebouwen als logiesruimte;
gebouwen voor recreatieve bewoning;
detailhandel en horeca.
32.4.2 Aan huis verbonden beroepen
Een aan huis gebonden beroep is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
een aan huis verbonden beroep uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of de daarbij behorende bijgebouwen;
maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep;
de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast;
er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is;
er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm;
het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving;
in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast;
er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt;
buitenopslag en buitenactiviteiten zijn niet toegestaan;
er mag geen sprake zijn van een onevenredig verkeersaantrekkende werking.
32.5 Afwijken van de gebruiksregels
32.5.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 32.4, ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf als opgenomen in het overzicht aan huis gebonden beroepen/bedrijven (Bijlage 3 bij deze regels), met dien verstande dat:
een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen;
de bestaande bouwmogelijkheden mogen niet worden verruimd;
maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 32.5.2, 32.5.3, 32.5.4 en/of 32.5.6 genoemde nevenactiviteiten tezamen;
de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast;
er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is;
het onbebouwde gedeelte van het perceel mag niet worden gebruikt voor bereoeps- of bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren;
er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm;
in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast;
er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende bedrijf gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt;
bij een aan huis verbonden bedrijf mag geen buitenopslag en mogen geen buitenactiviteiten plaatsvinden.
indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 32.5.1, 32.5.2, 32.5.3, 32.5.4 en 32.5.5, 32.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie.
Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van de beheersverordening is verleend voor een bestaand aan huis verbonden bedrijf wordt gelijkgesteld met de omgevingsvergunning als bedoeld onder sub a.
32.5.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van complementaire daghoreca
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 32.4 ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor complementaire daghoreca als ondergeschikte nevenactiviteit, met dien verstande dat:
een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd;
de voor bezoekers toegankelijke ruimten alleen zijn toegestaan op de begane grond van de woning of in een bijgebouw;
de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd;
maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 32.5.1, 32.5.3, 32.5.4 en/of 32.5.6 genoemde nevenactiviteiten tezamen;
de totale oppervlakte, inclusief terras, die wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten mag maximaal 100 m² bedragen;
de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast;
minimaal één bewoner werkzaam is in het horecabedrijf;
er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter;
in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
de verkeersveiligheid;
de milieusituatie;
het woon- en leefklimaat;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 32.5.1, 32.5.2, 32.5.3, 32.5.4, 32.5.5 en 32.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie.
32.5.3 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van detailhandel, kunstnijverheid en/of atelier
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 32.4, ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel, kunstnijverheid en/of atelier als ondergeschikte activiteit, met dien verstande dat:
een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd;
de ondergeschikte detailhandel uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen;
maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte mag worden gebruikt als verkoopruimte en productieruimte, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 32.5.1, 32.5.2, 32.5.4 en/of 32.5.6 genoemde nevenactiviteiten tezamen;
de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast;
er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is;
de oppervlakte van productiegebonden detailhandel maximaal 10% van het brutovloeroppervlak, tot een maximum van 150 m² mag bedragen;
etalages niet zijn toegestaan;
verkoopruimten zijn enkel toegestaan op de begane grond;
er ten hoogste één gevelreclame-uiting is toegestaan tot een maximum van 20 x 30 centimeter;
verkoop van producten met veiligheidsrisico's niet zijn toegestaan;
vrachtverkeer ten behoeve van bevoorrading niet is toegestaan;
in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
de verkeersveiligheid;
het woon- en leefklimaat;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 32.5.1, 32.5.2, 32.5.3, 32.5.4, 32.5.5 en 32.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie.
32.5.4 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van verblijfsrecreatie
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 32.4, ten behoeve van verblijfsrecreatie, zoals in de vorm van logiesverstrekking of bed en breakfast, met dien verstande dat:
een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd;
er maximaal 10 slaapplaatsen per bouwperceel worden toegestaan, ten behoeve van een gelijktijdig nachtverblijf van maximaal 10 personen;
de woning waarin de verblijfsrecreatieve voorzieningen worden gerealiseerd, is bewoond door de hoofdbewoner, op het moment dat nachtverblijf wordt verstrekt;
maximaal 35% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw voor bed- en breakfastactiviteiten mag worden gebruikt, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 32.5.1, 32.5.2, 32.5.3 en/of 32.5.6 genoemde nevenactiviteiten tezamen;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
de verkeersveiligheid;
het woon- en leefklimaat;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik;
de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), waarbij geldt dat de bestaande waterhuishouding niet mag verslechteren als gevolg van de ontwikkeling;
in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte;
omliggende functies niet worden gehinderd;
indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 32.5.1, 32.5.2, 32.5.3, 32.5.4, 32.5.5 en 32.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie.
32.5.5 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een minicamping
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 32.4, ten behoeve van een minicamping, met dien verstande dat:
het aantal minicampings binnen de gemeente niet meer dan 50 bedraagt;
nieuwe minicampings in het Natura 2000 gebied (ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone natura 2000') en EHS gebieden niet mogelijk zijn;
minicampings uitsluitend mogelijk zijn bij een woning, die is gerealiseerd in een voormalig agrarisch bedrijf;
het aantal kampeerplaatsen maximaal 15 bedraagt;
uitsluitend kampeermiddelen mogen worden geplaatst;
een goede landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd;
de oppervlakte van een kampeerplaats minimaal 80 m² bedraagt;
de afstand van de minicamping tot de perceelsgrens met aangrenzende woningen met een woonbestemming minimaal 25 meter bedraagt;
het kamperen niet plaatsvindt tussen 1 november en 15 maart;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
het woon- en leefklimaat;
de verkeersveiligheid;
de sociale veiligheid;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden;
de waterstaatkundig en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden;
in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein;
indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 32.5.1, 32.5.2, 32.5.3, 32.5.4, 32.5.5 en 32.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie.
32.5.6 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 32.4, ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen als ondergeschikte activiteit, met dien verstande dat:
een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd;
maximaal 35% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw voor verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen mag worden gebruikt, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 32.5.1, 32.5.2, 32.5.3 en/of 32.5.4 genoemde nevenactiviteiten tezamen;
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het straat- en bebouwingsbeeld;
het woon- en leefklimaat;
de verkeersveiligheid;
de milieusituatie;
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden;
de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden;
in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte;
indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 32.5.1, 32.5.2, 32.5.3, 32.5.4, 32.5.5 en 32.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie.
32.5.7 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 32.4.1 ten behoeve van mantelzorg in de woning of in bestaande bijgebouwen, met dien verstande dat:
a. het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in de woning en/of bijgebouwen niet meer dan 75 m² mag bedragen, danwel niet meer dan op basis van het bepaalde in artikel 32.2.3, 32.3.2 of 32.3.3 is toegestaan indien deze laatste oppervlakte groter is dan 75 m2 waarbij een maximum van 150 m2 geldt.
Hoofdstuk 2
Artikel 32
Wonen - Buitengebied
Onderdeel van Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014