Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in de artikelen 4 en 5.
Binnen tien werkdagen na het gesprek verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouders een verslag van de uitkomsten van het onderzoek, tenzij zij te kennen hebben gegeven dit niet te wensen.
Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders worden aan het verslag toegevoegd.
als een jeugdhulp betrekking heeft op een ander dan de aanvrager, behoeft de aanvraag de instemming van de jeugdige of zijn ouders waarop de aanvraag betrekking heeft.
heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige:
die jonger is dan 12 jaar, of
die ouder is dan 12 jaar en niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake,
dan is niet de instemming van de minderjarige vereist, maar van diens wettelijke vertegenwoordiger.
heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige die de leeftijd van 12 jaar maar nog niet die van 16 jaar heeft bereikt, dan behoeft de aanvraag de instemming van zowel de minderjarige als de wettelijke vertegenwoordiger, mits de minderjarige in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Weigert de wettelijke vertegenwoordiger in te stemmen met de aanvraag, dan zal het college de aanvraag toch in behandeling nemen als de jeugdhulp voor de minderjarige kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de minderjarige te voorkomen, alsmede indien de minderjarige ook na de weigering van de toestemming de jeugdhulp weloverwogen blijft wensen.