1. De maatregel wordt toegepast op:
a. de voor de belanghebbende van toepassing zijnde norm, als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de wet of de grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 IOAW/IOAZ en/of
b. de bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 12 van de wet en/of
c. de bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 5 onderdeel d van de wet.