**1..** De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de
onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de
woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt
is vastgesteld.
**2..** In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de
waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen
voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het
belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel
16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende
zaken.
**3..** Als geen heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen is
vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de waarde.
**4..** De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid
geschiedt overeenkomstig de artikelen
220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande
dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering
onroerende zaken niet wordt toegepast.
**5..** De belasting bedraagt bij een waarde van:
minder dan € 70.000,-: € 400,76;
€ 70.000,- of meer, maar minder dan € 140.000,-: € 498,62;
€ 140.000,- of meer, maar minder dan € 210.000,-: € 602,68;
€ 210.000,- of meer, maar minder dan € 280.000,-: € 698,49;
€ 280.000,- of meer: € 806,87.
Artikel 4
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2015