De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters dat vanuit
het perceel wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
meters leidingwater en grondwater dat in belastingjaar naar het
perceel is toegevoerd of opgepompt.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen of
bedrijfsteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschied op grond van enige andere wettelijke
bepaling.
Indien blijkt, dat het toegevoerde water niet op de riolering is
afgevoerd en indien deze hoeveelheid ten minste 20% van de
toegevoerde hoeveelheid water bedraagt, wordt de op de voet van het
eerste lid bepaalde hoeveelheid afvalwater verminderd met de op
andere wijze afgevoerde hoeveelheid.
Indien de in artikel 3, eerste lid bedoelde perceel, in verband met
het ontbreken van een afzonderlijke watermeter, niet de hoeveelheid
afvalwater kan worden vastgesteld zoals hiervoor omschreven
wordt:
Voor tot woning dienende perceel de hoeveelheid afvalwater
bepaald op 45 m³ per persoon, per jaar;
Voor de gebruikers van niet tot woning dienende percelen de
verdeelsleutel gehanteerd zoals deze door de
respectievelijke gebruikers worden gebruikt voor de
onderlinge verdeling van de waternota van waterbedrijf
Vitens N.V. en bij het ontbreken van een dergelijke regeling
overgaan tot een zo reëel mogelijke verdeling op basis van
de beschikbare gegevens.