**1..** Voor de toepassing van het tarief wordt een gedeelte van een in deze verordening genoemde tijdseenheid en oppervlakte-eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
**2..** Bij het hebben van openbare aankondigingen wordt de tot reclame of aankondiging dienende oppervlakte per voorwerp in aanmerking genomen, uitgedrukt in tienden van vierkante meters.
**3..** Oppervlakte-eenheden worden per openbare aankondiging afgerond op hele tienden van vierkante meters.
**4..** De oppervlakte van andere dan rechthoekige aankondigingen met een mogelijke tweedimensionale projectie wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om de aankondiging geplaatste denkbeeldige rechthoek.
**5..** De oppervlakte van andere dan rechthoekige aankondigingen met een mogelijke driedimensionale projectie wordt gesteld op het product van de zichtbare zijden van een om de aankondiging geplaatste denkbeeldige balk of kubus.
**6..** Elke zijde van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg wordt als apart dienende oppervlakte aangemerkt.
**7..** In afwijking van het derde lid wordt een voorwerp waarvan het totaal aan dienend oppervlak niet groter is dan 0,1 m2 niet in de berekening van de totale grondslag betrokken.
**8..** Als uit waarneming blijkt dat meerdere verschillende voorwerpen waarvan het dienend oppervlak niet groter is dan 0,1 m2 het doel hebben om gezamenlijk als een openbare aankondiging te fungeren wordt afgeweken van lid zes van dit artikel.
**9..** In geval een samenstel van voorwerpen het doel hebben om gezamenlijk als een openbare aankondiging te dienen wordt de oppervlakte bepaald over de gehele omtrek van de bij elkaar horende voorwerpen.
**10..** Bij toepassing van een maandtarief zal in totaal per jaar niet meer worden geheven dan bij toepassing van het jaartarief voor dat jaar zou zijn geheven.
Artikel 7
Berekening van de reclamebelasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Reclamebelasting 2015