De belastingschuld ontstaat bij het begin van het heffingstijdvak.
Indien de belastingplicht na het begin van het heffingstijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien het heffingstijdvak een jaar is en de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na de aanvang van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak eindigt, kan op verzoek van de belastingplichtige ontheffing verleend over zoveel maanden als na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven.
Indien de grondslag in de loop van het heffingstijdvak wordt verlaagd, kan op verzoek van de belastingplichtige vermindering worden verleend. Het nieuwe belastingbedrag wordt dan evenredig naar het aantal volle maanden per tariefklasse per heffingstijdvak vastgesteld. Elk navolgend heffingstijdvak begint op de eerste dag van de maand na de maand waarin de verlaging van de grondslag zich heeft voorgedaan.
Indien de grondslag in de loop van het heffingstijdvak wordt verhoogd en daardoor de te hanteren grondslag in een hogere tariefklasse valt, wordt het belastingbedrag evenredig vastgesteld naar het aantal volle maanden per tariefklasse per periode vastgesteld. Elk navolgend heffingstijdvak begint op de eerste dag van de maand na de maand waarin de verhoging van de grondslag zich heeft voorgedaan;
Indien al een aanslag voor hetzelfde heffingstijdvak is opgelegd wordt de te weinig geheven belasting nagevorderd. Hierbij wordt rekening gehouden met eerder opgelegde aanslag(en) reclamebelasting voor hetzelfde heffingstijdvak.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Reclamebelasting 2015