Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Zittingsduur en lidmaatschap

Onderdeel van Verordening Programmaraad Utrecht Oost

1.. De zittingsperiode van de leden van de programmaraad is gelijk aan de zittingsperiode van de gemeenteraad. Herbenoeming is eenmaal mogelijk. De benoeming voor de eerste zittingsperiode wordt als een tussentijdse benoeming beschouwd. 2.. Het lidmaatschap eindigt bij verlies van de hoedanigheid waarin de benoeming heeft plaatsgehad of indien niet meer wordt voldaan aan het gestelde onder artikel 5.3 of aan het bepaalde in artikel 82k van de Mediawet. 3.. De leden van de programmaraad kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij berichten dit schriftelijk en ten minste vier weken van tevoren aan de voorzitter van de programmaraad. 4.. Wanneer het lidmaatschap van een van de leden van de programmaraad is of wordt beëindigd, verzoekt de voorzitter van de programmaraad de gemeente, die het betreffende lid heeft benoemd, om binnen acht weken na het ontstaan van de vacature, een andere kandidaat aan te stellen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5. 5.. In tussentijdse vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien door de burgemeester en wethouders die het aftredende lid hebben benoemd. 6.. Tussentijds benoemde leden treden af op het voor hun voorgangers bepaalde tijdstip.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel