De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7, wordt
vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
gedragingen van de tweede categorie;
veertig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 8.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Beuningen 2015