De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7, wordt vastgesteld op:
- - tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
- - twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
- - veertig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
- - honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.