Een vergunning wordt door het college op aanvraag aan de
grondroerder verleend, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan
het bepaalde bij of krachtens deze verordening.
De vergunning dient 8 weken voor aanvang werkzaamheden te worden
aangevraagd.
Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover
vooroverleg voeren met het college om de aanvraag, als bedoeld
in het eerste lid voor te bereiden.
Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een
andere gedoogplichtige wordt uiterlijk vier weken na ontvangst
van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college
schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het
(voor)overleg tussen de grondroerder en de overige
gedoogplichtige(n).
Werkzaamheden van niet ingrijpende aard dienen minimaal vijf (5)
werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden gemeld
te worden.
Spoedeisende werkzaamheden worden voorafgaand aan de start van
de werkzaamheden gemeld. Als een melding vooraf niet mogelijk
is, wordt de melding uiterlijk vóór 09.00 uur op de eerste
werkdag na de start van de uitvoering gedaan aan het college.
Indien achteraf blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden
vergunningplichtig zijn, wordt er alsnog een vergunning
aangevraagd.
Het college kan gebieden aanwijzen waarvoor de
uitzonderingsbepalingen voor spoedeisende werkzaamheden of
werkzaamheden van niet ingrijpende aard, als bedoeld in artikel
2.1, tweede lid, niet van toepassing zijn.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 2.2
AANVRAGEN EN MELDEN
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Waalre houdende regels voor de ondergrondse infrastructuur