Indien het salaris wordt verlaagd, omdat een toelage bedoeld in de
artikelen 21, 22, 23, 24, 25 en 26 blijvend wordt verminderd, of
beëindigd, zonder toedoen van deambtenaar, dan wordt door het college
aan deze ambtenaar een afbouwtoelagetoegekend, mits:
die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van het
salaris;
de ambtenaar deze toelage, direct voorafgaande aan het tijdstip
van devermindering gedurende ten minste twee jaar heeft genoten,
zonder wezenlijkonderbreking van twee aaneengesloten maanden of
langer.
Is de in lid 1 bedoelde ambtenaar op het moment van de verlaging 60
jaar of ouder,dan wordt een blijvende toelage toegekend, mits de
ambtenaar de toelage, bedoeldin de artikelen 21, 22, 23, 24, 25 en 26
direct voorafgaande aan de vermindering gedurendeten minste 10 jaar
heeft genoten, zonder onderbreking van twee aaneengeslotenmaanden of
langer.
De in het eerste lid bedoelde afbouwtoelage gaat over in een blijvende
toelage, alsde ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt, mits de
ambtenaar de toelage, bedoeldin de artikelen 21, 22, 23, 24, 25 en 26
direct voorafgaande aan de vermindering gedurende ten minste 10 jaar
heeft genoten, zonder onderbreking van twee aaneengesloten maanden of
langer.
Voor de afbouwpercentages wordt verwezen naar artikel 9a:11, van de
CAR-UWO.