De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak.
De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1.
Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de
voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van
die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Het tarief van de reclamebelasting bedraagt in:
Gebied A: 0,248 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 300,00 en
een maximumbedrag van € 1.000,00;
Gebied B: 0,142 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 300,00 en
een
maximumbedrag van € 800,00;
Gebied C: 0,263 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 300,00 en
een maximumbedrag van € 600,00;
Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt
bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een
lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.
Artikel 5
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2015