Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2015

De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 1. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt in: Gebied A: 0,248 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 300,00 en een maximumbedrag van € 1.000,00; Gebied B: 0,142 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 300,00 en een maximumbedrag van € 800,00; Gebied C: 0,263 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 300,00 en een maximumbedrag van € 600,00; Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel