**1..** Het recht wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater
dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd.
**2..** Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
kubieke meters water dat in de laatste verbruiksperiode naar het
eigendom is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode
niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de
hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die
herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle
maand gerekend.
**3..** Indien het tweede lid, eerste volzin, niet kan worden toegepast,
wordt, in afwijking van het daar gestelde, het aantal kubieke meters
afvalwater gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de
verbruiksperiode waarop de afrekeningnota van Brabant Water N.V.
betrekking heeft, is toegevoerd of is opgepompt.
**4..** Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie, moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest,
kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van
toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt
water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
bepaling.
**5..** De op de voet van het tweede of derde lid berekende hoeveelheid
toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid
water die niet als afvalwater is afgevoerd.
Artikel 6
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van Rioolheffing 2015