Op grond van artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het
college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling
van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs
duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot
heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of
2.3.6 van de wet.
Op grond van artikel 2.3.10 van de wet kan het college een
beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet
herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de
verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
beslissing zou hebben geleid;
de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het
persoonsgebonden budget is aangewezen;
de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet meer
toereikend is te achten;
de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het
persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden, of
de cliënt de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget
niet of voor een ander doel gebruikt.
Een beslissing tot het verlenen van een persoonsgebonden budget
kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden
budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor
de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft
plaatsgevonden.
Als het college de beslissing op grond van het tweede lid, onder
a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of
onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft
plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die
daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of
gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten
maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden
budget.
Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
De eigenaar-bewoner die krachtens deze verordening een
woningaanpassing heeft ontvangen die leidt tot waardestijging
van de woning, dient bij verkoop van deze woning binnen een
periode van zeven jaar na gereedmelding van de
woningaanpassing:
deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden;
en
de kosten van de verstrekte woningaanpassing, volgens het in het
Besluit
vastgelegde afschrijvingsschema, aan het college terug te betalen, dit
onder aftrek van eventueel betaalde eigen bijdrage.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 15.
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Loon op Zand 2015