Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Afdeling 8

Artikel 2:27

Exploitatie horecabedrijf

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GRONINGEN 2009 OF APVG 2009

1.. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. De burgemeester weigert de vergunning, indien de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met het geldende bestemmingsplan. 3.. De burgemeester kan de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren: indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf; de inrichting niet voldoet aan de eisen van de Woningwet i.c. het Bouwbesluit.; 4.. Bij toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond onder a houdt de burgemeester voor inrichtingen buiten de diepenring rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf. 5.. De burgemeester houdt de beslissing op een aanvraag voor een vergunning aan indien voor het horecabedrijf een veiligheidsplan ingevolge artikel 2:30 is vereist en een dergelijk plan nog niet is goedgekeurd. 6.. In een vergunning worden vermeld: straat en huisnummer van het horecabedrijf; de personalia van de vergunninghouder; indien de inrichting zich bevindt binnen de diepenring, de horecazone waarbinnen de inrichting gelegen is; de categorie waarvoor vergunning is verleend; één of meerdere bij het horecabedrijf behorende terrassen en de omvang daarvan. 7.. In afwijking van het bepaalde in artikel 2:6 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op één of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen voorzover deze zich op de weg bevinden tevens over de ingebruikneming van de weg ten behoeve het terras. 8.. Onverminderd het gestelde in het tweede en derde lid kan de burgemeester de in het zevende lid bedoelde ingebruikneming van de weg ten behoeve van één of meerdere bij een horecabedrijf behorende terrassen weigeren: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; indien dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onder­houd van de weg; het beoogde gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de weg, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan en van de omgeving. 9.. Het bepaalde in het zevende en achtste lid geldt niet, voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement. 10.. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de aanvrager, respectievelijk de natuurlijke persoon die optreedt als uitvoerend directeur van de rechtspersoon, niet voldoet aan de eisen van zedelijk gedrag als bedoeld in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet of in enig opzicht van slecht levensgedrag is 11.. De vergunninghouder is te allen tijde verantwoordelijk voor de exploitatie van het bedrijf. 12.. Exploitatie van een semihoreca(bedrijf) is toegestaan indien wordt voldaan aan door het college op te stellen nadere regels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel