Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Afdeling 7

Artikel 2:18

Begripsbepaling

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GRONINGEN 2009 OF APVG 2009

1.. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h van de Gemeentewet; kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:22 (wedstrijden betaald voetbal), 2:5 (straatartiesten en (straatmuzikanten) en 2:38 (speelgelegenheden) van deze verordening; activiteiten in inrichtingen in de zin van de Wet Milieubeheer die in de uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn. 2.. Onder evenement wordt mede verstaan, ongeacht het bepaalde in artikel 2.18, eerste lid onder f: een herdenkingsplechtigheid; een braderie; een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op de weg; een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; door de burgemeester aan te wijzen categorieën van vechtsportwedstrijden en -gala’s; erotische evenementen; festiviteiten op het terrasgedeelte van een inrichting; festiviteiten op het onbebouwde gedeelde van de Drafbaan. 3.. De organisator van een evenement waarvoor krachtens het tweede lid, onder e, een vergunning is vereist, is niet van slecht levensgedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel