**1..** In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h van de Gemeentewet;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:22 (wedstrijden betaald voetbal), 2:5 (straatartiesten en (straatmuzikanten) en 2:38 (speelgelegenheden) van deze verordening;
activiteiten in inrichtingen in de zin van de Wet Milieubeheer die in de uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn.
**2..** Onder evenement wordt mede verstaan, ongeacht het bepaalde in artikel 2.18, eerste lid onder f:
een herdenkingsplechtigheid;
een braderie;
een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op de weg;
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
door de burgemeester aan te wijzen categorieën van vechtsportwedstrijden en -gala’s;
erotische evenementen;
festiviteiten op het terrasgedeelte van een inrichting;
festiviteiten op het onbebouwde gedeelde van de Drafbaan.
**3..** De organisator van een evenement waarvoor krachtens het tweede lid, onder e, een vergunning is vereist, is niet van slecht levensgedrag.
HOOFDSTUK 1 › Afdeling 7
Artikel 2:18
Begripsbepaling
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GRONINGEN 2009 OF APVG 2009