Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Afdeling 1

Artikel 2:2

Verblijfsontzeggingen

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GRONINGEN 2009 OF APVG 2009

1.. Het is degene aan wie dit door of namens de burgemeester in het belang van de openbare orde is bekendgemaakt, verboden zich te bevinden op of aan de in de bekendmaking aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren daarin genoemd (verblijfsontzegging). 2.. Een ieder aan wie een verblijfsontzegging is opgelegd, is verplicht, op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van de politie, zich te verwijderen van de gebieden als vermeld in de verblijfsontzegging. 3.. De burgemeester beperkt de in het eerste lid genoemde verbod, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 4.. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod. 5.. Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op personen, die op de aangewezen plaatsen: zich bevinden in een middel van openbaar vervoer; aldaar werkzaam zijn dan wel aldaar staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling; volgens de bevolkingsadministratie aldaar woonachtig zijn.

Rechtspraak bij dit artikel