**1. De burgemeester kan de vergunning intrekken indien:.** de vergunninghouder, de natuurlijke persoon die optreedt als directeur of feitelijke leidinggevende van de rechtspersoon, of een persoon in dienst of in opdracht van de vergunninghouder handelt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
de vergunninghouder, de natuurlijke persoon die optreedt als directeur of feitelijke leidinggevende van de rechtspersoon, of een persoon in dienst of in opdracht van de vergunninghouder, handelt in strijd met de ingevolge artikel y.5 door de burgemeester gestelde nadere regels;
zich een omstandigheid voordoet of blijkt op grond waarvan de vergunning op grond van artikel y.2 zou zijn geweigerd;
zich in de context van het kamerbemiddelingsbedrijf, door het doen of nalaten van de vergunninghouder, de natuurlijke persoon die optreedt als directeur of feitelijke leidinggevende van de rechtspersoon, of een persoon in dienst of in opdracht van de vergunninghouder, feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar, hinder of financieel nadeel zal betekenen voor de (potentiële) huurders voor de totstandkoming van wier huurovereenkomst het kamerbemiddelingsbedrijf bemiddelt of heeft bemiddeld.
Hoofdstuk › Afdeling 12:
Artikel (y.4)
Intrekkingsgronden
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GRONINGEN 2009 OF APVG 2009