Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1.10.2

Schade

Onderdeel van Handboek Leidingen 2006

Algemeen: Schade aan gemeentelijke of andere eigendommen dient te worden vermeden. Mochten toch beschadigingen optreden dan dient de leidingexploitant deze direct te melden aan W&W en aan de eigenaar van het beschadigde object. Het herstel van de schade vindt plaats in overleg en voor rekening van de veroorzaker. Uitgangspunt bij het herstel van de (voorziene) schade als gevolg van de werkzaamheden is dat de leidingexploitant de situatie in oorspronkelijke staat herstelt. Daarop zijn ook de vergunningvoorwaarden en uitvoeringsvoorschriften gericht. Omdat bij straatwerk al op voorhand bekend is dat er, ook bij goed herstel van de verharding, toch sprake is van een kwaliteitsachteruitgang wordt er na het herstel, een schadevergoeding (voor onderhoud, degeneratie en beheer) in rekening gebracht. (zie ook bijlage ‘Schaderegeling Ingravingen De Ronde Venen (SIDRV)’). Echter, niet alle schades die de gemeente als gevolg van leidingwerkzaamheden lijdt kunnen door de vastgestelde schadetarieven worden gedekt. Dit is het geval bij: Schade bij groenwerkzaamheden; Schade die ontstaat buiten de sleuf; "Verborgen gebreken". Schade bij groenwerkzaamheden: Dit is aan de orde in de volgende situaties: Werkzaamheden waarbij de overlevingskans van de aanwezige beplanting gering is; Werkzaamheden waarbij dicht in de buurt van bomen moet worden gewerkt; Aantasting (ecologische) kwaliteit groeiplaats. In deze gevallen zullen al vóór het verstrekken van de vergunning specifieke afspraken worden vastgelegd. Afhankelijk van de omvang van het werk kan in de voorwaarden “het 1e jaar onderhoud groen” en “inboet beplanting na het 1e groeiseizoen” worden voorgeschreven. De schade aan bomen wordt vastgesteld op basis van de richtlijnen NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen). De leidingexploitant zal in de gelegenheid worden gesteld om, met uitzondering van het herplanten van bomen, zélf al de werkzaamheden te verrichten. In dergelijke situaties zal daarom de kwaliteit van de uit te voeren herstelwerkzaamheden van te voren goed omschreven worden. De leidingexploitant kan ook aan de gemeente vragen om de werkzaamheden, op zijn kosten, uit te voeren. Dat gebeurt dan op zakelijke basis, na een proces van offreren en opdrachtverlening. Schade welke ontstaat buiten de sleuf: Als gevolg van werkzaamheden kan er ook schade ontstaan buiten de sleuf (aan materialen, lantaarnpalen, verkeerslichten, geparkeerde auto’s, e.d.). Voor zover het gemeentelijke eigendommen betreft zal de gemeente deze schade verhalen op de leidingexploitant. Afhankelijk van de specifieke situatie kan het wenselijk zijn dat er voorafgaand aan de werkzaamheden een, gezamenlijke, schouw en vastlegging plaatsvindt. Ontstane schades zullen zoveel mogelijk door W&W samen met veroorzaker worden vastgelegd, in een schaderapport en op foto. “Verborgen gebreken”: Het kan voorkomen dat er, na oplevering en goedkeuring van hersteld straatwerk, sprake is van verzakking welke buitenproportioneel is en daarmee gevaar oplevert voor de weggebruiker. In dergelijke gevallen zal de leidingexploitant in staat gesteld worden de verharding, opnieuw, te herstellen. Als grenswaarde voor “buiten proportioneel” wordt aangehouden een dwarsonvlakheid van 30 mm of meer, of van15 mm of meer over een lengte van 16 m1 per 100 m1, welke zich binnen één jaar na het eerste herstel voordoet. Daaraan wordt toegevoegd dat slechts die schade in ogenschouw wordt genomen welke het gevolg is van de uitgevoerde werkzaamheden. De situatie een jaar na herstraten hoeft ook nooit beter te zijn dan de situatie voor de werkzaamheden. In geval van twijfel kunnen hierover, uitsluitend voor aanvang van het werk, op initiatief van de leidingexploitant, met de toezichthouder afspraken worden gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel