Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1.9.1

Algemene eisen

Onderdeel van Handboek Leidingen 2006

Vóór het aanvullen van de sleuf of de bouwput moet(en) de leidingexploitant(en) van de vrijgegraven naastliggende en/ of kruisende leidingen altijd in de gelegenheid worden gesteld om zijn/ hun leiding(en) te inspecteren. Al het te gebruiken materiaal dient van dezelfde kwaliteit/ soort te zijn als de door de gemeente gebruikelijk toe te passen materialen. Het uitgegraven materiaal moet, vrij van stenen en dergelijke, met zorg in de juiste volgorde worden ingebracht om de oorspronkelijke profielopbouw zoveel mogelijk te herstellen. De sleuf moet, ter bescherming van de leiding en bekleding, tot een hoogte van 0,30 m boven de bovenkant van de leiding met grond vrij van grove en harde bestanddelen worden opgevuld. Deze eerste aanvullaag moet van een zodanige kwaliteit zijn en zo worden aangebracht, dat de leiding aan alle zijden over de gehele lengte een gelijkmatige en stevige ondersteuning krijgt.

Rechtspraak bij dit artikel