Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1.9.3

Herstel verhardingen

Onderdeel van Handboek Leidingen 2006

Uitgangspunten: De leidingexploitant hoeft geen betere kwaliteit te leveren dan aanwezig voordat de ontgraving werd uitgevoerd. Behoudens de normale degeneratie als gevolg van werken aan bestaande verharding hoeft de gemeente daarentegen geen verslechtering te accepteren; In het proces van het verlenen van vergunning kunnen aparte specifieke afspraken gemaakt worden over bijzondere omstandigheden, c.q. afwijkende voorwaarden of werkzaamheden; Alle materialen en elementen dienen in de oorspronkelijke staat en onbeschadigd te worden opgeleverd. De leidingexploitant dient bij beschadiging zelf te zorgen voor herstel en te zorgen voor vervangend materiaal; Al het te gebruiken (bestratings-)materiaal dient van dezelfde soort, vorm, kleur en minimaal dezelfde kwaliteit te zijn als het oorspronkelijk aanwezige materiaal. Te stellen algemene eisen bij uitvoering en oplevering van de werkzaamheden: Voor alle werkzaamheden geldt: Herstellen van bestrating dient binnen 24 uur na afloop van de werkzaamheden te geschieden; De oplevering van bestratingswerk mag gefaseerd in logische eenheden geschieden; Dwarssleuven in trottoir, fietspad en/ of rijweg dienen aan het eind van elke werkdag en direct na afloop van de werkzaamheden te worden afgewerkt; Bij de oplevering mag geen puin, grond, zand en/ of afval van de werkzaamheden op het werk voorkomen; Alle verharding dient tijdens weekenden en feestdagen gesloten te zijn. Er mag in weekenden en tijdens feestdagen geen puin en/ of afval op het werk aanwezig zijn; Kapotte bestratingsmaterialen dient de leidingexploitant altijd te vervangen; Indien de leidingexploitant beschadigde materialen op het werk aantreft, niet zijnde bestratingsmaterialen, dan dient hij dat voor de aanvang van de werkzaamheden aan W&W te melden. W&W dient minimaal 4 uur de gelegenheid te hebben de juistheid van de melding te controleren. Eisen t.a.v. verdichting van de sleuf bij gefundeerde verharding: De ondergrond van de fundering dient na verdichting te voldoen aan de hieraan gestelde eisen conform de RAW; De funderingslaag van de gefundeerde verharding dient hersteld en verdicht te zijn volgens de hieraan gestelde eisen conform de RAW; Deze verdichtingseis geldt onverkort, ook indien er tijdens de werkzaamheden puin in de grond wordt aangetroffen en/ of de grondsamenstelling een goede verdichting onmogelijk maakt, maar ook als het aanwezige funderingsmateriaal niet meer opnieuw goed te verdichten is. Het is dan aan de leidingexploitant om op zijn kosten maatregelen te treffen om de juiste verdichting te verkrijgen. Eisen t.a.v. vlakligging van de verharding: Alle terug aangebrachte elementen dienen onderling en ten opzichte van de ongeroerde elementen even hoog te zijn bestraat; Binnen het terug aangebrachte straatwerk mogen geen oneffenheden voorkomen; Het straatwerk dient onder hetzelfde profiel en verband te worden bestraat als voor de werkzaamheden aanwezig was; Uitgevoerd straatwerk dient te zijn afgetrild en ingeveegd te zijn met brekerszand. Eisen t.a.v. hergebruikte bestratingmaterialen: De teruggeplaatste elementen mogen niet gebroken en/ of beschadigd zijn; De teruggeplaatste elementen dienen volgens gebruiksvoorschriften/ gebruiksdoel te zijn geplaatst; Inboet van bestratingmateriaal dient van dezelfde kwaliteit te zijn als het oorspronkelijk gebruikte materiaal. Eisen ten aanzien van het tijdelijk dichtstraten van een asfaltverharding: De sleuf dient te worden bestraat met standaard betonstenen in halfsteens verband; De bovenzijde van de stenen dient, bij de zaagsnede, gelijk te liggen met het ingezaagde asfalt en tonrond te worden aangebracht; De stenen dienen vlak ten opzichte van elkaar te worden gestraat.

Rechtspraak bij dit artikel