**1..** De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 5.8. en 5.9., wordt vastgesteld op:
**a..** vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
**b..** tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
**c..** vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
**d..** honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
**2..** In gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a van dit artikel kan worden volstaan wordt met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet tijdig nakomen van de verplichting plaats-vindt binnen een periode van 24 maanden gerekend vanaf de datum waarop eerder aan de belang-hebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.
**3..** Met de in het vorige lid genoemde datum wordt bedoeld de datum waarop de schriftelijke waarschuwing is verzonden.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2.
Artikel 5.10.
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van verordening inkomensvoorziening participatiewet 2015