Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.2

Parkeervergunningen voor bedrijven

Onderdeel van Reglement ontheffingen en vergunningen motorvoertuigen

1.. Een vergunning voor het parkeren op een belanghebbendenparkeerplaats of bij parkeerapparatuur kan worden verleend indien: De eigenaar of houder van een voertuig ter plaatse een beroep of bedrijf uitoefent; Het in het kader van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is om in dat gebied te parkeren; Het parkeren niet plaatsvindt in het kader van het woon/werkverkeer of laden en lossen van goederen. 2.. Voor de binnenstad en de gebieden met een hoge parkeerdruk wordt onderscheid gemaakt in: Parkeervergunning voor bedrijven met leveringsdiensten: Een vergunning voor bedrijven die zich richten op de levering van goederen, waarvan een bezorg- of ophaalservice aantoonbaar onderdeel uitmaakt van de bedrijfsvoering. Parkeervergunning voor bedrijven met mobiele medewerkers: een vergunning ten behoeve van het parkeren door medewerkers die voor de uitvoering van hun functie zijn aangewezen op het vervoer per motorvoertuig voor het afleggen van werkbezoeken aan externe locaties. In ieder geval worden hieronder verstaan advocatenkantoren, makelaarskantoren en uitzendbureaus en daarmee gelijk te stellen bedrijven. Parkeervergunning voor horecabedrijven: een vergunning ten behoeve van de eigenaar of bedrijfsleider van een horecabedrijf. 3.. De bedrijfsvergunningen zoals bedoeld in het tweede lid kunnen worden verleend voor betaalde parkeerplaatsen indien door de aard van de werkzaamheden kan worden vastgesteld, dat gemiddeld minder dan twee uren per bedrijfsbezoek wordt geparkeerd. 4.. Op een parkeervergunning worden maximaal 3 kentekens of de bedrijfsnaam vermeld, waarbij er tegelijkertijd maar één auto kan parkeren. Indien de parkeervergunning op digitale of elektronische wijze wordt verleend wordt de vergunning uitsluitend op kenteken verleend.

Rechtspraak bij dit artikel