Uitgangspunt van het ontheffingenbeleid is dat de beoogde effecten van de verkeersmaatregelen worden gerealiseerd. Ontheffingen worden bij uitzondering verleend, als vastgesteld is dat het belang van de aanvrager door de verkeersmaatregel onevenredig wordt geschaad.
Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden verbonden met betrekking tot het voertuig, de te gebruiken plaatsen waarvoor alsmede de tijdsduur en tijdstippen waarop de ontheffing van kracht is. Ook kunnen beperkingen worden gesteld in het belang van de leefomgeving.
Een ontheffing mag alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor deze is aangevraagd.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.1
Algemene bepalingen
Onderdeel van Reglement ontheffingen en vergunningen motorvoertuigen