Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 11

Indeling graven en asbezorging

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug 2015

1.. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: de nieuwe algemene begraafplaats te Driebergen – Rijsenburg: particuliere graven, urnengraven en algemene graven de oude algemene begraafplaats te Driebergen – Rijsenburg: gesloten begraafplaats waarop geen uitgifte van nieuwe graven of begravingen meer plaatsvinden, met uitzondering van bijzetting van asbussen, welke uitsluitend zijn toegestaan in bestaande graven; de nieuwe algemene begraafplaats te Amerongen: particuliere graven, urnennissen en algemene graven de oude algemene begraafplaats te Amerongen: geen uitgifte van nieuwe graven, maar uitsluitend bijzettingen in bestaande graven; de nieuwe algemene begraafplaats te Leersum: particuliere graven, urnengraven, urnennissen en algemene graven; de oude algemene begraafplaats te Leersum: geen uitgifte van nieuwe graven, maar uitsluitend bijzettingen in bestaande graven; de nieuwe algemene begraafplaats te Maarn: particuliere graven, urnennissen en algemene graven de nieuwe algemene begraafplaats te Doorn: particuliere graven, urnengraven, urnennissen en algemene graven; de oude algemene begraafplaats te Doorn: geen uitgifte van nieuwe graven, maar uitsluitend bijzettingen in bestaande graven. 2.. Indien na ruiming van graven of door andere oorzaken op een in het eerste lid onder d, f of i bedoelde begraafplaats mogelijkheden ontstaan voor uitgifte van nieuwe graven, bepaalt het college bij nadere regels de inrichting van de beschikbaar gekomen ruimte en de onderverdeling in categorieën. 3.. Op de begraafplaatsen waarop nieuwe graven kunnen worden uitgegeven kunnen voorts particuliere gedenkplaatsen worden uitgegeven, wanneer daarvoor naar het oordeel van het college een dringende reden aanwezig is, zoals langdurige vermissing of een geval waarin het lijk of de as van een in het buitenland overledene niet naar Nederland kan worden vervoerd. 4.. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven en stelt voorschriften vast omtrent de inrichting en het gebruik van de urnennissen. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging. 5.. Op de in het eerste lid onder a, c, e, g en h bedoelde begraafplaatsen wordt ruimte geboden voor begraving in algemene graven.

Rechtspraak bij dit artikel