Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VI

Artikel 23

Onderhoud door de rechthebbende of gebruiker

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Utrechtse Heuvelrug 2015

1.. Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of de gebruiker. 2.. Voor zover het onderhoud niet bij de gemeente berust, is de rechthebbende verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. 3.. Ongeacht de vraag of het onderhoud bij de gemeente berust, blijft de rechthebbende / gebruiker te allen tijde verantwoordelijk voor herstelwerkzaamheden, waaronder het opnieuw stellen van gedenktekens na verzakking, alsmede het vervangen van eventuele tot de grafbedekking behorende voorwerpen of beplanting en het vervangen c.q. schilderen van de belettering van gedenktekens. 4.. De gebruiker is verplicht het door hem gebruikte gedeelte van een algemeen graf, inclusief de daarop aanwezige grafbedekking, behoorlijk te onderhouden. 5.. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zonodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende vier weken ter beschikking van de rechthebbende of de gebruiker en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 6.. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of gebruiker behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door bekendmaking bij het graf en bij de hoofdingang van de begraafplaats als het adres van de rechthebbende of de gebruiker niet bekend is. 7.. Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen dan wel onderhoud aan de grafbedekking te verrichten binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging of de mate van onderhoud zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden. Indien niet binnen de door het college in de aanschrijving gestelde termijn wordt overgegaan tot het verrichten van onderhoud of herstel van de grafbedekking, is het college bevoegd tot het verrichten van onderhoud of herstel, zulks op kosten van de rechthebbende of gebruiker. In gevallen waarin er naar het oordeel van het college sprake is van een onmiddellijke dreiging dat zich schade zal voordoen, kan het college onverwijld maatregelen doen treffen, zulks op kosten van de rechthebbende of gebruiker.

Rechtspraak bij dit artikel