Naar hoofdinhoud
1.. Aan een lid van de raad kan éénmaal per raadsperiode de voor de uitoefening van het raadslidmaatschap benodigde computerapparatuur en –programmatuur in bruikleen ter beschikking worden gesteld. 2.. De betreffende apparatuur en programmatuur wordt aan het lid van de raad ter beschikking gesteld nadat deze de daarvoor opgestelde bruikleenovereenkomst heeft ondertekend. 3.. Bij beëindiging van het raadslidmaatschap dient de betreffende apparatuur en programmatuur ingeleverd te worden. 4.. Indien een lid van de raad geen gebruik maakt van de in lid 1 genoemde mogelijkheid, wordt hem een tegemoetkoming verleend voor: de aanschaf van computerappartuur en –programmatuur, of, gebruik van eigen computerapparatuur en –programmatuur. 5.. De in het vorige lid bedoelde tegemoetkoming bedraagt maximaal € 750,-- netto voor een volle raadsperiode van 48 maanden en wordt in maandelijkse termijnen uitbetaald.

Rechtspraak bij dit artikel