**1..** Aan de aanvraag om vrijstelling worden de volgende eisen gesteld ten aanzien van de ruimtelijke onderbouwing:
een beschrijving van het project en het gebied waarin het project is gelegen middels een stedenbouwkundige schets of inrichtingsschets met toelichting en gebiedsomschrijving;
een beschrijving van het geldende planologische regime;
een beschrijving hoe het project past binnen het rijks-, provinciaal en regionaal beleid;
een beschrijving van duurzaamheid van het project in stedenbouwkundige en bouwtechnische zin;
een beschrijving hoe het project past in gemeentelijke ruimtelijk en ruimtelijk relevant beleid. Daarbij dient te worden aangegeven op welke wijze het project de samenhang in het geldende beleid dient. Aangegeven moet worden op welke wijze het project de samenhang in het geldende ruimtelijk beleid dient;
een beschrijving van de ruimtelijke effecten van het project op de korte, middellange en lange afstanden;
een beschrijving waaruit blijkt dat het project is getoetst aan de ruimtelijk relevante beleidsnota’s en verordeningen zoals deze zijn opgenomen in het register verordeningen dat kan worden ingezien bij Burgerservice in het gemeentehuis.
**2..** De onderbouwing is afhankelijk van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten, de mate van ingrijpendheid in relatie tot de aanwezige en toekomstige stedenbouwkundige structuur van het gebied, de actualiteit van het ruimtelijk beleid en de relevantie voor het beleid van hogere overheden. Waar mogelijk kan in de aanvraag worden verwezen naar het vastgestelde beleid. Is een van de onder lid 1 genoemde aspecten niet aan de orde, dan moet dit gemotiveerd worden aangegeven.
Artikel 3
Ruimtelijke onderbouwing
Onderdeel van Beleidsregels toepassing zelfstandige projectprocedure