Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan zoals bedoeld in artikel 18 lid 2 WWB, anders dan het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 6 lid 3 onderdeel b van deze verordening, wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
De verlaging wordt vastgesteld op:
a. tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot en met € 1000,-;
b. twintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot en met € 2000,-;
c. veertig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2000,- tot en met € 4000,-;
d. honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag groter dan € 4000,-.
Hoofdstuk 4.
Artikel 11.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012