Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan zoals bedoeld in artikel 18 lid 2 WWB, anders dan het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 6 lid 3 onderdeel b van deze verordening, wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
De verlaging wordt vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot en met € 1000,-;
twintig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot en met € 2000,-;
veertig procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2000,- tot en met € 4000,-;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag groter dan € 4000,-.
Hoofdstuk 3
Artikel 8.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013